Leerdoelen
Je weet wat een stramien is en hoe je dat maakt.
In InDesign kan je werken met: tekst-ankers, afbeeldingsstijlen, alineastijlen.
Je weet wat snijtekens zijn, hoe je ze kunt plaatsen en je kan bestanden exporteren met snijtekens.
Werkwijze
Wat is Adobe InDesign?
Bekijk InDesign op de Adobe Website, en benoem 3 dingen die je met Adobe Indesign kan doen.
Bekijk de introductiefilm rechts.
Start met Adobe Learn voor InDesign
Vind alles in het Adobe InDesign Handboek
Leerdoelen
Je weet wat een stramien is en hoe je dat maakt.
Werkwijze
Uitgeversgroep:
MVI plein Skill 1:
Raymond Skill 1:
Grafische Vormgeving: GLR cursus InDesign
Ray de Brieder: Ray's InDesign
Leerdoelen
Werkwijze
Leerdoelen
Je kan afbeeldingen plaatsen, en met koppelingen werken.
Werkwijze
Hoe werkt een afbeelding in InDesign?
In InDesign bestaat een afbeelding altijd uit twee onderdelen: het kader en de afbeelding zelf. Het kader bepaalt de grootte en positie op de pagina. De afbeelding zit als het ware in het kader en kan daarbinnen verschoven en geschaald worden. Dit zijn twee losse dingen die je apart kunt selecteren en bewerken. Zodra je dit begrijpt, werk je veel sneller en maak je minder fouten.
Stap 1 — Een afbeelding plaatsen
Ga naar Bestand > Plaatsen (Ctrl+D / Cmd+D). Selecteer je afbeelding en klik op Openen. Klik daarna op de pagina om de afbeelding te plaatsen op de oorspronkelijke grootte, of teken eerst een kader op de gewenste afmeting en laat de afbeelding daarin vallen. InDesign maakt automatisch een kader aan rond de afbeelding.
Stap 2 — Het verschil tussen het kader selecteren en de afbeelding selecteren.
Dit is het belangrijkste onderdeel om te begrijpen. Je hebt hiervoor twee gereedschappen: de zwarte pijl en de witte pijl.
De zwarte pijl is het selectiegereedschap. Klik hiermee op de afbeelding buiten de inhoudsgreep en je selecteert het kader. Je ziet blauwe handgrepen aan de buitenkant. Als je nu versleept beweegt het hele object — kader én afbeelding — mee. Klik je met de zwarte pijl op de inhoudsgreep, dan selecteer je de afbeelding binnen het kader. Je ziet dan bruine of oranje handgrepen verschijnen en je kunt de afbeelding binnen het kader verslepen of schalen.
De witte pijl is het directe selectiegereedschap. Klik hiermee op de afbeelding en je selecteert altijd meteen de afbeelding zelf, zonder eerst het kader te selecteren. Dit is handig als je snel de afbeelding binnen het kader wilt verschuiven of schalen zonder extra klikken.
Wil je teruggaan naar de kaderselektie, druk dan op Escape of klik buiten het object en begin opnieuw.
Stap 3 — De inhoudsgreep gebruiken
In het midden van elk afbeeldingskader zie je de inhoudsgreep: een grote lichtgrijze cirkel met een kleinere cirkel erin. De inhoudsgreep geeft het middelpunt van het kader aan en beweegt altijd mee als je het kader verplaatst of van grootte verandert. Met de inhoudsgreep kun je de afbeelding binnen het kader verslepen zonder eerst te dubbelklikken. Klik direct op de inhoudsgreep en sleep de afbeelding naar de gewenste positie binnen het kader. Dit werkt net iets sneller dan dubbelklikken omdat je de afbeelding in één beweging selecteert en versleept.
Stap 4 — Het kader vergroten of verkleinen
Selecteer het kader door met de zwarte pijl buiten de inhoudsgreep te klikken. Je ziet blauwe handgrepen aan de buitenkant. Sleep aan een van de blauwe hoekhandgrepen om het kader groter of kleiner te maken. De afbeelding verandert hierbij niet van grootte, alleen het zichtbare gedeelte wordt groter of kleiner. Houd Shift ingedrukt om de verhouding van het kader te bewaren.
Stap 5 — De afbeelding schalen binnen het kader
Selecteer de afbeelding door met de zwarte pijl op de inhoudsgreep te klikken, of gebruik de witte pijl. Je ziet bruine of oranje handgrepen verschijnen. Sleep aan een van de hoekhandgrepen om de afbeelding groter of kleiner te maken binnen het kader. Houd Shift ingedrukt om de verhouding van de afbeelding te bewaren. Zo kun je bepalen welk deel van de afbeelding zichtbaar is.
Stap 6 — Kader en afbeelding tegelijk schalen
Wil je het kader én de afbeelding tegelijk schalen, selecteer dan het kader met één klik en houd daarna Ctrl+Shift (Windows) of Cmd+Shift (Mac) ingedrukt terwijl je aan een hoekhandgreep sleept. Kader en afbeelding schalen nu samen mee.
Stap 7 — De afbeelding automatisch in het kader passen
In plaats van handmatig schalen kun je InDesign de afbeelding of het kader automatisch laten aanpassen via Object > Passend. Selecteer eerst het kader met de zwarte pijl en bekijk de beschikbare opties. Probeer ze uit en ontdek wat elk doet met de afbeelding en het kader. Je kunt deze opties ook bereiken via de rechtermuisknop op het kader. Voor de meeste situaties is "Inhoud proportioneel vullen" de beste keuze.
Stap 8 — Een afbeelding vervangen
Wil je de afbeelding in een bestaand kader vervangen door een andere afbeelding, selecteer dan het kader en ga naar Bestand > Plaatsen. Vink onderaan het venster "Geselecteerd kader vervangen" aan. De nieuwe afbeelding komt in hetzelfde kader op dezelfde positie.
Stap 9 — Werken met het koppelingenpaneel
Ga naar Venster > Koppelingen om het koppelingenpaneel te openen. Hier zie je alle geplaatste afbeeldingen. Een geel waarschuwingsdriehoekje betekent dat de afbeelding is gewijzigd buiten InDesign. Een rood vraagteken betekent dat de koppeling verbroken is en InDesign de afbeelding niet meer kan vinden. Klik op het icoontje om de koppeling te herstellen en wijs InDesign opnieuw naar het bestand.
Veelgemaakte fouten
Alleen het kader beweegt en de afbeelding blijft staan: je hebt tweemaal geklikt en de afbeelding geselecteerd in plaats van het kader, klik buiten het object en begin opnieuw met één klik.
Alleen de afbeelding beweegt en het kader blijft staan: je hebt de afbeelding binnen het kader geselecteerd, klik buiten het object en begin opnieuw met één klik voor het kader.
Afbeelding rekt uit en verliest de verhoudingen: gebruik altijd Shift bij het schalen, of gebruik Object > Passend > Inhoud proportioneel vullen. Rood vraagteken in het koppelingenpaneel: de afbeelding is verplaatst of hernoemd buiten InDesign, herstel de koppeling via het koppelingenpaneel.
Afbeelding ziet er wazig uit op het scherm: ga naar Beeld > Weergaveprestaties > Hoge kwaliteit om de afbeelding scherp te zien.
Leerdoelen
Je kan hyperlinks maken om naar een website te gaan en om een e-mail te versturen.
je kan knoppen maken die naar een andere pagina gaan of bijvoorbeeld een video starten.
je kan objecten en objectstatussen toepassen om bijvoorbeeld een slide show te weer te geven of foto's te vergroten.
je kan audio en video toevoegen
je kan via een animatie objecten laten verschijnen, bewegen en of verdwijnen.
Werkwijze
Wat is een hyperlink?
Een hyperlink is een klikbaar element dat de gebruiker naar een website, een e-mailadres of een andere pagina in het document stuurt. Je plaatst een hyperlink op een tekst of op een object. Hyperlinks werken zowel in een HTML5-pakket als in een interactieve PDF.
Stap 1 — Selecteer de tekst of het object
Selecteer met het tekstgereedschap een woord of zin, of selecteer met het selectiegereedschap een heel object zoals een afbeelding of rechthoek. Dit wordt het klikbare element.
Stap 2 — Open het hyperlinkspaneel
Ga naar Venster > Interactief > Hyperlinks. Het paneel opent zich aan de rechterkant van het scherm.
Stap 3 — Maak een nieuwe hyperlink aan
Klik op het plusje onderaan het paneel. Een venster opent zich met de hyperlinkinstellingen. Kies bij "Koppelen aan" het type bestemming:
URL — voor een link naar een website, bijvoorbeeld https://www.adobe.com
E-mail — voor een link die een nieuw e-mailbericht opent
Pagina — voor een link naar een andere pagina binnen hetzelfde document
Stap 4 — Vul de bestemming in
Vul bij URL het volledige webadres in, inclusief https://. Vul bij E-mail het e-mailadres in. Kies bij Pagina het paginanummer waarnaar je wilt linken. Vink "Nieuw venster" aan als je wilt dat de website in een apart venster opent — dit is voor externe links vrijwel altijd de beste keuze.
Stap 5 — Stel het uiterlijk in
Onder "Uiterlijk" kun je instellen of de hyperlink zichtbaar omlijnd is in de PDF of onzichtbaar. Voor tekst kies je meestal "Onzichtbaar rechthoek" zodat de opmaak van de tekst zelf het klikbare element aangeeft. Voor objecten zoals knoppen kies je eveneens "Onzichtbaar rechthoek".
Stap 6 — Combineer met een knop voor een rollover-effect
Een hyperlink heeft zelf geen rollover-toestand. Wil je dat de tekst of het object van uiterlijk verandert als de muis erover beweegt, zet het dan ook om naar een knop via Venster > Interactief > Knoppen en formulieren. Gebruik daar als actie "Ga naar URL" en vul het webadres in. Je hebt dan geen apart hyperlink nodig en het rollover-effect werkt wel.
Stap 7 — Exporteer
Ga naar Bestand > Exporteren. Kies als bestandstype "HTML5-pakket" om het resultaat in een browser te testen, of kies "Adobe PDF (Interactief)" om het te testen in Adobe Acrobat. Hyperlinks werken in beide exportformaten.
Veelgemaakte fouten
Webadres zonder https://: de link werkt dan niet, vul altijd het volledige adres in
Exporteren naar de verkeerde PDF: kies altijd de interactieve versie, niet de drukversie
Hyperlink op ingesloten tekst: selecteer eerst de tekst met het tekstgereedschap, niet het tekstkader met het selectiegereedschap
Rollover werkt niet: een losse hyperlink heeft geen rollover, combineer hem met een knop als je dat effect wilt
Wat is een knop?
Een knop is een object waarop de gebruiker kan klikken of de muis overheen kan bewegen. Aan een knop koppel je een actie, zoals naar een andere pagina gaan of een video starten. Knoppen werken zowel in een HTML5-pakket als in een interactieve PDF.
Stap 1 — Maak of selecteer een object
Teken een rechthoek of klik op een tekstkader. Dit wordt de basis van je knop. Zorg dat het object herkenbaar is als klikbaar element door bijvoorbeeld een opvallende vulkleur te kiezen, een zichtbare rand toe te voegen en eventueel afgeronde hoeken in te stellen via Object > Hoekopties.
Je kan ook een afbeelding selecteren, die kan ook als knop werken. Ga dan door naar Stap 3.
Stap 2 — Voeg tekst toe aan een rechthoek.
Wil je tekst op de getekende rechthoek plaatsen, klik dan met het tekstgereedschap (de T) op de rechthoek. InDesign zet het object automatisch om naar een tekstkader. Typ de gewenste tekst. Om de tekst horizontaal te centreren ga je naar het alineapaneel en kies je voor centreren. Om de tekst ook verticaal te centreren ga je naar Object > Opties tekstkader en stel je bij Verticale uitvulling de uitlijning in op Centreren. Klik op OK. De tekst staat nu zowel horizontaal als verticaal gecentreerd in het object.
Stap 3 — Zet het object om naar een knop
Ga naar Venster > Interactief > Knoppen en formulieren. Klik onderaan het paneel op "Omzetten naar knop". Het object heeft nu drie toestanden: Normaal, Rollover en Klikken.
Stap 4 — Knop met twee afbeeldingen (optioneel)
Wil je een knop maken waarbij de rollover-toestand een andere afbeelding toont, plaats dan de eerste afbeelding op de pagina (zie Stap 1) en zet hem om naar een knop (zie Stap 3). Klik op Rollover in het knoppenpaneel — InDesign kopieert de eerste afbeelding automatisch naar die toestand. Klik daarna binnen de rollover-toestand op de afbeelding met de witte pijl om de afbeelding zelf te selecteren. Ga naar Bestand > Plaatsen en selecteer de tweede afbeelding. De rollover-toestand toont nu een andere afbeelding dan de normale toestand.
Wil je een knop maken waarbij de rollover-toestand een andere afbeelding toont, zorg dan dat beide afbeeldingen vooraf even groot zijn, bijvoorbeeld door ze in Photoshop op hetzelfde formaat te zetten. Plaats de eerste afbeelding op de pagina (zie Stap 1) en zet hem om naar een knop (zie Stap 3). Klik op Rollover in het knoppenpaneel — InDesign kopieert de eerste afbeelding automatisch naar die toestand. Dubbelklik daarna op de afbeelding om hem te selecteren. Ga naar Bestand > Plaatsen en selecteer de tweede afbeelding. De rollover-toestand toont nu een andere afbeelding dan de normale toestand.
Stap 5 — Stel de toestanden in
Normaal is hoe de knop eruitziet als er niets mee gebeurt. Als je niet met twee afbeeldingen werkt (zie Stap 4) doe je het volgende: Klik op Rollover en pas de opmaak aan, bijvoorbeeld een andere achtergrondkleur of tekstkleur. Dit is wat de gebruiker ziet als de muis over de knop beweegt. De toestand Klikken is optioneel.
Stap 6 — Koppel een actie
Klik op het plusje bij "Acties" in het paneel. Kies de gewenste actie. De meest gebruikte acties zijn:
Ga naar pagina — om naar een andere pagina in het document te bladeren
Ga naar URL — om een website te openen
Video — om een video af te spelen of te stoppen
Animatie — om een animatie te starten of te stoppen
Ga naar staat — om te wisselen tussen objectstatussen, bijvoorbeeld bij een slideshow of een toggle-effect
Stap 7 — Controleer de gebruiksvriendelijkheid
Zorg dat de rollover-toestand duidelijk verschilt van de normale toestand. Zet navigatieknoppen op elke pagina op dezelfde plek. Geef knoppen een logisch uiterlijk dat past bij hun functie.
Stap 8 — Exporteer
Ga naar Bestand > Exporteren. Kies als bestandstype "HTML5-pakket" om het resultaat in een browser te testen, of kies "Adobe PDF (Interactief)" om het te testen in Adobe Acrobat. Knoppen werken in beide exportformaten. Kies nooit de drukversie van de PDF want dan vallen alle interactieve functies weg... duhhh
Wat zijn objectstatussen?
Met objectstatussen kun je één object meerdere verschijningsvormen geven. De gebruiker schakelt tussen die vormen door te klikken. Je gebruikt dit bijvoorbeeld voor een slideshow, een toggle-effect (iets dat verschijnt en weer verdwijnt) of een foto die vergroot in beeld komt.
Let op: objectstatussen werken alleen in een HTML5-pakket, niet in een interactieve PDF.
Stap 1 — Maak de inhoud voor elke toestand
Bedenk hoeveel toestanden je nodig hebt en wat er in elke toestand te zien is. Maak alle benodigde elementen eerst aan op de pagina. Voorbeelden:
Slideshow met drie foto's: drie afbeeldingen
Toggle-effect: een afbeelding zonder tekst en een afbeelding met een tekstblok
Uitvergroot effect: een kleine foto en een grote foto met een sluitknop
Groepeer elementen die bij dezelfde toestand horen via Object > Groeperen voordat je verdergaat. Dit voorkomt problemen later.
Stap 2 — Maak het object met meerdere Statussen
Selecteer het object of de groep. Ga naar Venster > Interactief > Objectstatussen. Klik rechts onderaan op het plusje met de tekst "Omzetten naar object met meerdere statussen". Als je twee objecten in de groep had zie je nu Status 1 en Status 2 verschijnen in het paneel.
Stap 3 — Voeg een extra Status toe
Selecteer een Status en klik op het plusje in het objectstatuspaneel om een nieuwe Status toe te voegen. De geselecteerde Status wordt gekopieerd. Pas de inhoud van elke Status aan door erop te dubbelklikken in het paneel. Zo kun je per staat verschillende elementen zichtbaar of onzichtbaar maken of bijvoorbeeld inkleuren.
Stap 4 — Geef de Statussen duidelijke namen
Dubbelklik op de naam van elke staat in het paneel en geef hem een herkenbare naam, zoals "Gesloten", "Open" of "Foto 1", "Foto 2". Dit voorkomt verwarring als je later knoppen aan de statussen koppelt.
Stap 5 — Koppel een knop aan de objectstatussen
Zonder knop werken objectstatussen niet in het geëxporteerde bestand. Het objectstatussen-object zelf kan niet worden omgezet naar een knop — je maakt altijd een aparte knop die het object aanstuurt. De eenvoudigste werkwijze is een transparante rechthoek precies over het objectstatussen-object heen tekenen, even groot als het object. Zet die rechthoek om naar een knop via Venster > Interactief > Knoppen en formulieren. Geef de rechthoek geen vulkleur en geen rand zodat hij onzichtbaar is voor de gebruiker.
Voeg als actie toe "Ga naar volgende staat" en selecteer daarbij het objectstatussen-object als doel van de actie. Bij elke klik wisselt InDesign nu naar de volgende status. Als er maar twee statussen zijn werkt dit automatisch als toggle — de gebruiker klikt en de statussen wisselen steeds heen en terug. Wil je in plaats daarvan aparte knoppen voor vooruit en terug, zoals bij een slideshow, maak dan twee losse knoppen met de acties "Ga naar volgende staat" en "Ga naar vorige staat".
Stap 6 — Voeg eventueel een sluitknop toe aan een staat
Wil je een aparte sluitknop binnen een bepaalde staat, dan moet die knop onderdeel zijn van de groep in die staat. Maak de sluitknop dus vóór het aanmaken van de statussen, voeg hem toe aan de groep, en geef hem als actie "Ga naar staat" met de beginstand als bestemming.
Stap 7 — Exporteer
Ga naar Bestand > Exporteren en kies "Adobe PDF (Interactief)". Test het resultaat in Adobe Acrobat door op het object te klikken en te controleren of de toestanden correct wisselen.
Veelgemaakte fouten
Sluitknop staat los van de staat: groepeer altijd alle elementen van een toestand vóór je de statussen aanmaakt
Knop omzetten lukt niet: controleer of het object niet vergrendeld is en of je de groep als geheel hebt geselecteerd, niet een element erbinnen
Statussen wisselen niet in de PDF: controleer of er een knop met de juiste actie aan het object is gekoppeld
Verkeerde exportinstelling: kies altijd de interactieve PDF, niet de drukversie
Wat zijn video en audio in InDesign?
Je kunt video en audio als mediabestand in je interactieve document plaatsen. De gebruiker kan het afspelen door erop te klikken of het speelt automatisch af als de pagina opent. Video en audio werken zowel in een HTML5-pakket als in een interactieve PDF die je opent in Adobe Acrobat.
Welke bestandsformaten gebruik je?
Gebruik altijd de volgende formaten:
Video: MP4 met H.264-codering
Audio: MP3
Andere formaten zoals MOV, AVI of WAV kunnen problemen geven in InDesign en in de uiteindelijke PDF. Controleer de codering van je videobestand via VLC > Extra > Media-informatie > Codec als je twijfelt.
Stap 1 — Zorg voor een goede mapstructuur
Maak naast je INDD-bestand een map aan met de naam "Links" of "Media" en zet daar je MP4- en MP3-bestanden in. Zo blijft de koppeling intact als je het project verplaatst of inlevert. Sluit mediabestanden nooit in via het koppelingenpaneel — de letter A in het koppelingenpaneel betekent dat een bestand is ingesloten, wat bij media problemen geeft.
Stap 2 — Plaats het mediabestand
Ga naar Bestand > Plaatsen (Ctrl+D / Cmd+D). Selecteer je MP4- of MP3-bestand en klik op Openen. Klik op de pagina om het mediakader te plaatsen, of teken eerst een kader op de gewenste afmeting. Het bestand verschijnt nu als extern gekoppeld bestand in het koppelingenpaneel, zonder de letter A.
Stap 3 — Open het mediapaneel
Ga naar Venster > Interactief > Media. Klik op het mediakader op je pagina. Je ziet nu in het mediapaneel een miniatuur van de video of een golfpatroon bij audio, samen met een afspeelknop. Werkt de afspeelknop niet of zie je geen miniatuur, controleer dan of het bestand de juiste codering heeft en of de koppeling intact is.
Stap 4 — Stel het startevent in
In het mediapaneel kun je instellen of de video of audio automatisch moet starten als de gebruiker de pagina opent. Vink "Afspelen bij pagina laden" aan als je dit wilt. Als je deze optie uitlaat speelt de video of audio af wanneer de gebruiker in Acrobat op het mediakader klikt — dat is het standaardgedrag van Acrobat en hoef je niet apart in te stellen. Voor audio is automatisch afspelen af te raden omdat gebruikers dat als storend kunnen ervaren.
Stap 5 — Stel extra opties in
In het mediapaneel kun je ook het volgende instellen:
Herhalen — het mediabestand speelt in een loop af, handig voor achtergrondvideo of sfeervideo
Besturingselementen tonen — er verschijnt een afspeelbalk onder de video waarmee de gebruiker zelf kan pauzeren of vooruitspoelen
Posterafbeelding — de afbeelding die te zien is voordat de video start, standaard is dit het eerste frame van de video
Stap 6 — Koppel een knop aan het mediabestand (optioneel)
Wil je dat de gebruiker de video of audio kan starten, pauzeren of stoppen via een aparte knop, maak dan een knop via Venster > Interactief > Knoppen en formulieren. Voeg als actie "Video" of "Geluid" toe en kies de gewenste handeling: afspelen, pauzeren of stoppen. Zo heb je volledige controle over de bediening.
Stap 7 — Exporteer
Ga naar Bestand > Exporteren. Kies als bestandstype "HTML5-pakket" om het resultaat in een browser te testen, of kies "Adobe PDF (Interactief)" om het te testen in Adobe Acrobat. Video en audio werken in beide exportformaten.
Gebruik Bestand > Pakket om het INDD-bestand samen met alle gekoppelde mediabestanden in één map te verzamelen voordat je inlevert.
Beperkingen van video en audio in InDesign
De volgende beperkingen gelden alleen voor de interactieve PDF, niet voor het HTML5-pakket.
Video en audio werken in een interactieve PDF alleen in Adobe Acrobat, niet in de ingebouwde PDF-viewer van een browser of van macOS.
Op tablets en smartphones werken ze niet, ook niet in de Acrobat-app.
Grote videobestanden maken de PDF zwaar en traag — comprimeer video vooraf via een programma zoals HandBrake.
Audio die automatisch start wordt door veel gebruikers als storend ervaren, gebruik dit daarom bewust en spaarzaam.
Veelgemaakte fouten
Letter A in het koppelingenpaneel: het bestand is ingesloten, maak de insluiting ongedaan via rechtermuisknop > Insluiting ongedaan maken
Geen miniatuur in het mediapaneel: het bestand heeft waarschijnlijk de verkeerde codering, converteer naar H.264 MP4 of MP3
Video speelt niet af in de PDF: controleer of je hebt geëxporteerd als interactieve PDF en open het bestand in Adobe Acrobat, niet in een gewone PDF-viewer.
Koppeling verbroken na verplaatsen: gebruik altijd Bestand > Pakket bij het inleveren zodat alle mediabestanden meegenomen worden
Wat is animatie in InDesign?
Met het animatiepaneel kun je objecten laten bewegen, verschijnen of verdwijnen. Je stelt in wanneer de animatie start, hoe lang die duurt en welk bewegingspad het object volgt. Animaties werken zowel in een HTML5-pakket als in een interactieve PDF die je opent in Adobe Acrobat.
Stap 1 — Selecteer het object
Selecteer het object dat je wilt animeren met het selectiegereedschap. Dit kan een afbeelding, een tekstkader, een rechthoek of een groep zijn.
Stap 2 — Open het animatiepaneel
Ga naar Venster > Interactief > Animatie. Het animatiepaneel opent zich. Je ziet hier alle instellingen voor de animatie van het geselecteerde object.
Stap 3 — Kies een voorinstelling
Klik op het uitklapmenu bij "Voorinstelling". InDesign biedt kant-en-klare animaties zoals:
Verschijnen — object wordt zichtbaar vanuit transparant
Verdwijnen — object verdwijnt geleidelijk
Invliegen vanaf links, rechts, boven of onder — object schuift het beeld in
Uitvliegen — object schuift het beeld uit
Schalen — object wordt groter of kleiner
Roteren — object draait rond zijn middelpunt
Kies de voorinstelling die past bij je ontwerp. Je ziet direct een voorbeeld in het paneel.
Stap 4 — Stel de duur en vertraging in
Bij "Duur" stel je in hoeveel seconden de animatie duurt. Een waarde tussen 0,5 en 2 seconden is voor de meeste situaties geschikt. Bij "Vertraging" stel je in hoeveel seconden er gewacht wordt voordat de animatie start na de triggerpagina of de actie.
Stap 5 — Kies het start-event
Bij "Event(en)" stel je in wanneer de animatie begint. De meest gebruikte opties zijn:
Bij pagina laden — de animatie start automatisch als de pagina geopend wordt
Bij klikken — de animatie start als de gebruiker op het object klikt
Bij rollover — de animatie start als de muis over het object beweegt
Voor een automatische openingsanimatie kies je "Bij pagina laden". Voor een animatie die door de gebruiker wordt gestart kies je "Bij klikken".
Stap 6 — Stel het bewegingspad in (optioneel)
Wil je dat een object een specifiek pad volgt, dan kun je dat instellen via "Bewegingspad omzetten" in het paneelmenu. Je tekent dan zelf een pad met het pengereedschap en koppelt dat aan het object. Dit is soms wat moeilijk.
Stap 7 — Koppel animaties aan knoppen (optioneel)
Je kunt een animatie ook starten via een knop. Selecteer de knop, ga naar Knoppen en formulieren en voeg als actie "Animatie" toe. Kies daar de gewenste animatie en de gewenste actie: afspelen, pauzeren of stoppen. Zo heeft de gebruiker controle over de animatie.
Stap 8 — Bekijk de voorvertoning
Ga naar Venster > Interactief > Voorvertoning om de animatie te testen zonder te exporteren. Klik op het afspeelknopje in het voorvertoningsvenster. Let op: de voorvertoning geeft niet altijd een exact beeld van het eindresultaat in Acrobat.
Stap 9 — Exporteer
Ga naar Bestand > Exporteren en kies "HTML5-pakket" om het resultaat in een browser te testen, of kies "Adobe PDF (Interactief)" om het te testen in Adobe Acrobat. Zorg bij de PDF-export dat "Animaties opnemen" is aangevinkt. Animaties werken in beide exportformaten.
Beperkingen van animaties in InDesign
De volgende beperkingen gelden alleen voor de interactieve PDF, niet voor het HTML5-pakket.
Animaties werken in een interactieve PDF alleen in Adobe Acrobat, niet in de ingebouwde PDF-viewer van een browser of van macOS.
Animaties werken niet op tablets of smartphones in Acrobat.
Complexe animaties met bewegingspaden kunnen onverwacht gedrag vertonen in de uiteindelijke PDF.
Voor een interactief product dat ook buiten Acrobat moet werken exporteer je naar een HTML5-pakket.
Veelgemaakte fouten
Animatie speelt niet af in de browser: controleer of je hebt geëxporteerd als HTML5-pakket en niet als interactieve PDF.
Animatie speelt niet af in de interactieve PDF: controleer of je hebt geëxporteerd als interactieve PDF en of "Animaties opnemen" is aangevinkt, en open het bestand in Adobe Acrobat.
Leerdoelen
Werkwijze
Stap 1: Bekijk deze video om meer te leren over speads en stramienen.
Stap 2: Bekijk deze video zodat je weet hoe je een boekje moet printen op het Leerpark
Leerdoelen
Werkwijze
Interactieve knoppen (knop om formulier te versturen per e-mail), Meer opties interactieve knoppen (met Keuzerondjes, selectievakje en keuzelijst met invoervak)
Interactieve elementen: knoppen, hyperlinken en export als epub
Leerdoelen
Pakket aanmaken
Pdf maken
Werkwijze
Gebruik Bestand > Pakket om het INDD-bestand samen met alle gekoppelde mediabestanden in één map te verzamelen voordat je inlevert bij docent of collega.
Tijdens het CSPE is de maximale tijd voor BB: 165 min, KB 205 min en GL 220 min.
Voor je PTA cijfer krijg je 2 dagen voor deze opdracht.
Aan het einde van dag 1 lever je alles wat je gemaakt heb in in Teams.
Begin dag 2, download je de opdracht en werk je verder.
Aan het einde van dag 2 lever je opnieuw je opdracht in in Teams.
Klik op Inleveren!
Tijdens het gaming event Pixel Game Fest kunnen bezoekers een quiz spelen. De antwoorden op de quizvragen kunnen ze vinden op het event. Jij gaat deze quiz maken.
De quiz heeft een startscherm en drie vragen. Als je een vraag fout hebt, krijg je dat te zien. Daarna kun je opnieuw beginnen. Als je een vraag goed hebt, ga je door naar de volgende vraag. Heb je alle vragen goed, dan word je gefeliciteerd en kun je gegevens achterlaten om kans te maken op een prijs.
Bekijk eerst gezamenlijk het instructiefilm (zie rechts)
Je krijgt de opdracht op papier, en eventueel tekenspullen.
Download het zip bestand (zie hieronder).
Let op, kies het juiste: BB, KL of GL
Unzip de bestanden en ga naar Rood > kp-1500r-25-applicaties > bestanden voor de kandidaat > D (B voor de GL leerling)
BB en KB maken onderdeel D, Mavo/GL maakt A.
Lever in via de Teams opdracht.
Ga tot slot naar Facet, kies Examens Oefenen > kies BB, KB of GL en Profielvak-CSPE > MVI Rood 2025 en kies Opdracht D0x (GL kiest A0x).
LET OP: laat je docent het resultaat zien voor je afsluit, anders moet Facet opnieuw...
Succes allemaal!
Controleer of je alles hebt gedaan en bereken je punten:
KB,
CSPE MVI KB Rood 2025 voorbeelden:
Adobe XD: link naar XD en
Adobe InDesign: link naar InDesign en naar GitHub
Figma: komt nog..
Adobe: Add interactivity to fixed layout ePubs, onderwerpen: Add an animation (02:27); Create a slideshow (03:14); Create buttons to control slideshow (4:15); ePub Interactivity Preview panel (05:30)
InDesign skills van indesignskills.com: Creating & Publishing ePubs (basiskennis over ePubs)
InDesign userguide van Adobe: Export content for ePub
Envato tuts: How to Make an InDesign Book Layout Template (goede basis instructie!), How to create an eBook in Adobe InDesign (uitgebreide hulp bij het maken van een ePub en interactieve PDF)
Als je geen ePub reader hebt kan je Readium App voor je Google browser downloaden. Start daarvoor eerst je Google Chrome browser op, open daar de pagina waar je nu naar kijkt en klik op de bovenstaande Readium App link.
Animatie met InDesign
Adobe Handboek, zie Inhoud toevoegen > Interactiviteit Adobe Handboek,
Edit Peters (vimeo): Interactief Animaties maken met InDesign,
Meer kleur: Frans van der Geest (vimeo) intro RGB en YMYK